5W30 en 5W40 zijn in de vorst een tweeling, pas een warme motor ziet het verschil
Tim Mossholder via Unsplash

5W30 en 5W40 zijn in de vorst een tweeling, pas een warme motor ziet het verschil

Medio oktober treffen automobilisten in Drenthe ‘s ochtends steeds vaker een bevroren voorruit aan. In het binnenland van de provincie vriest het in het najaar doorgaans eerder dan aan de kust, en de herfstregen houdt het wegdek nat. De grootste belasting voor de motor ontstaat in deze periode niet tijdens de rit over de A28 naar Groningen of Zwolle, maar in de eerste minuten na een koude start en bij korte ritten waarbij de motor zijn bedrijfstemperatuur niet bereikt. Dat maakt de motorolie tot een aandachtspunt bij het onderhoud vóór de winter.

Twee getallen en een letter op de oliefles

De aanduidingen 5W30 en 5W40 zijn afkomstig uit de viscositeitsclassificatie SAE J300. Het getal vóór de letter W (van winter) geeft aan hoe de olie zich bij lage temperaturen gedraagt, dus hoe gemakkelijk de motor start en hoe snel de oliepomp de olie verspreidt. Een lager getal betekent dat de olie in de kou vloeibaarder blijft. Het getal na de W heeft betrekking op de viscositeit bij bedrijfstemperatuur, rond 100 °C. Olie met de aanduiding 40 is dan dikker en vormt een sterkere smeerfilm wanneer de motor zwaar wordt belast.

Voor de koude start betekent dit dat 5W30 en 5W40 tot dezelfde winterklasse behoren. Het verschil ontstaat pas bij een warme motor. Volgens AUTODOC blijft olie van de 5W-klasse verpompbaar tot ongeveer -35 °C en kan de motor er tot circa -30 °C veilig mee worden gestart. Bij de eerste start in de vorst presteren beide soorten “vrijwel gelijkwaardig”. Zulke temperaturen komen in Drenthe zelden voor, waardoor de keuze in deze regio niet door de koude start wordt bepaald.

De kritieke seconden na een koude start

Na een koude nacht bevindt de olie zich onderin het carter. De oliepomp moet haar zo snel mogelijk naar de lagers, de nokkenas en, bij motoren met turbo, naar de turbocompressor brengen. In de eerste seconden is de smeerfilm nog niet volledig opgebouwd. Omdat 5W30 en 5W40 hetzelfde W-getal hebben, is het verschil tussen beide in deze fase gering. Een ander koudstartgedrag ontstaat alleen bij een andere winterklasse, zoals 0W, en uitsluitend wanneer de fabrikant die toestaat.

Korte ritten vormen een afzonderlijk aandachtspunt. Bereikt de olie haar bedrijfstemperatuur niet, dan verdampen condensvocht en onverbrande brandstof onvoldoende en veroudert de olie sneller. Een witachtige, romige aanslag onder de olievuldop kan hierop wijzen, vooral in een nat najaar. Deze aanslag kan echter ook andere oorzaken hebben. Verliest de auto tegelijkertijd koelvloeistof, laat dan de koppakking door een garage controleren.

Het instructieboekje heeft het laatste woord

De viscositeit is slechts één van de criteria. Minstens zo belangrijk zijn de ACEA-klasse (bijvoorbeeld C3) en de goedkeuring van de autofabrikant, zoals VW 504 00, MB 229.51 of BMW Longlife-04. Motoren met een roetfilter vereisen in de regel olie met een laag gehalte aan asvormende additieven (low SAPS). Moderne motoren met nauwe toleranties en variabele kleptiming zijn bovendien ontworpen voor een specifieke olie. Een andere olie kan gevolgen hebben voor verlengde onderhoudsintervallen en voor de garantie.

Het instructieboekje vormt daarom het uitgangspunt, niet de buitentemperatuur. Staan daarin beide viscositeiten vermeld, dan is het gebruik bepalend. 5W40 wordt veel gekozen voor oudere motoren met een hoge kilometerstand en bij zware belasting, zoals het trekken van een aanhanger. 5W30 is voor veel nieuwere motoren voorgeschreven, mede met het oog op het brandstofverbruik.

Verse olie voordat de vorst invalt

Valt de volgende onderhoudsbeurt in de wintermaanden, dan verdient het aanbeveling deze te vervroegen. De motor gaat dan met verse olie en een nieuw oliefilter de koudste periode in, in plaats van met olie die al vocht en brandstofresten heeft opgenomen. Bij de voorbereiding op de winter zijn de volgende punten van belang.

  • Raadpleeg het onderhoudsschema of de service-indicator voor het juiste moment van verversen.
  • Ga na of frequente korte ritten volgens de fabrikant onder zware gebruiksomstandigheden vallen, waarvoor vaak een strenger schema geldt.
  • Controleer het oliepeil volgens de aanwijzingen in het instructieboekje.
  • Vul uitsluitend bij met olie van dezelfde specificatie.
  • Laat ook de accu en de antivriesconcentratie van de koelvloeistof controleren, omdat een accu met verminderde capaciteit bij koude starts doorgaans als eerste problemen veroorzaakt.
Tiplijn