Directeur Jan Tingen vertrekt bij GKB LinkedIn/Jan Tingen

Directeur Jan Tingen vertrekt bij GKB

Na een dienstverband van bijna 40 jaar, waarvan de laatste 15 jaar als directeur, vertrekt Jan Tingen bij de GKB. Tingen heeft met het dagelijks bestuur van de GKB afgesproken dat hij per 1 oktober stopt met zijn directiewerkzaamheden. Tot 1 januari 2023 blijft hij nog wel aan als adviseur van het dagelijks bestuur.

De gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel die samen de gemeenschappelijke regeling GKB Drenthe vormen, staan aan de vooravond van een besluit over de vervreemding van de GKB. Het besluit van Jan Tingen, die als directeur naar buiten toe ook het gezicht was van de GKB, komt voor hemzelf op een logisch moment: “Met hart en ziel heb ik me ingezet voor het opbouwen en de instandhouding van de GKB. Om een zorgvuldig proces te garanderen, voelt het goed om de afbouw aan iemand anders over te laten.”

Tingen heeft bij de GKB veel veranderingen meegemaakt. Onder zijn leiding bouwde de GKB budgetbeheer, bewindvoering, schuldregelen en preventie uit tot volwaardige dienstverlening. Zijn hart lag vooral bij het sociaal krediet. Zo introduceerde de GKB als één van de eersten in Nederland op grote schaal het instrument van saneringskredieten. Daarmee koopt de GKB schuldeisers af en resteert er uiteindelijk nog maar één schuld. Dat geeft meer zekerheid en overzicht. In 98% van de gevallen leidt dit ertoe dat mensen volledig uit de schulden komen. Met de zogeheten O2 methode, heeft Tingen het instrument saneringskrediet verder doorontwikkeld en gemoderniseerd.

Als zeer bevlogen directeur van de GKB heeft Jan Tingen zich altijd verzet tegen de opvatting dat iemand die schulden heeft daar per definitie zelf schuldig aan is: “De toeslagenaffaire, maar ook corona en nu de energiecrisis laten zien dat mensen het soms gewoon niet zelf kunnen en slachtoffer worden van het systeem. Om die mensen goed te kunnen helpen, werkt een flexibele en mensgerichte aanpak het best.”

In de afgelopen jaren is de bedrijfsvoering van de GKB, die in 14 gemeenten in Groningen, Drenthe en Overijssel werkt, verlieslatend geweest. Deze situatie is voor de drie gemeenten die samen de gemeenschappelijke regeling vormen niet langer houdbaar. Daarom hebben Assen, Hoogeveen en Meppel het voornemen om de gemeenschappelijke regeling op te heffen en het werk op een andere manier aan te bieden. Hoe dat precies vorm gaat krijgen, zal in de komende maanden in nauwe afstemming met de gemeenteraden van deze drie gemeenten worden uitgewerkt. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat kwaliteit van de dienstverlening voor de inwoners gewaarborgd blijft.