De stijging van de huizenprijzen in Nederland lijkt eindelijk af te gaan nemen. Koopwoningen in Drenthe zijn al met 1.5 procent gedaald in vergelijking met 2021. De gemiddelde vraagprijs in Nederland ligt echter nog steeds rond de 400.000 euro. Dit is voor heel weinig mensen te betalen.

Een huis kopen betekent voor velen dat er concessies gedaan moeten worden. Er is namelijk geld nodig om de kosten koper te betalen en je moet natuurlijk een hypotheek kunnen krijgen. Als je schulden hebt dan is het krijgen van een lening heel moeilijk. Het is belangrijk dat je geen geld uitgeeft aan onnodige dingen en zoveel mogelijk spaart als je kan.

Wel is het belangrijk om plezier te blijven hebben. De kosten lopen bijvoorbeeld erg op als je naar het casino gaat en dan ook nog ergens wat eet. Het is een beter idee om een online casino te bezoeken en zelf te koken. Zo kan je plezier hebben en op de kosten letten. Kies je voor het online casino? Kijk dan even op casinozondervergunning.org voor alle belangrijke informatie.

Huizenprijzen in Drenthe
De prijzen dalen het hardst in Aa en Hunze en Westerveld. Daar leg je gemiddeld 12% minder neer voor een koophuis. Er is eindelijk weer meer keuze in Drenthe door het afkoelen van de markt. Het overbieden en de snelheid lijkt af te nemen. Dit concludeert het NVM uit het aantal verkopen boven de vraagprijs en hoe lang een woning te koop staat.

De snelst verkopende plekken in Drenthe zijn Emmen en Assen. Huizen in Drenthe zijn gemiddeld weg na 29 dagen. Dit ligt dicht bij het landelijk gemiddelde van 30 dagen. Gemeenten zoals De Wolden doen er wat langer over. Hier verkopen huizen gemiddeld na 42 dagen. Het totaal aantal verkochte huizen in De Wolden is drastisch gedaald in de afgelopen maanden.

De vereniging durft rustig te zeggen dat er een stabiele tijd zonder stijgingen aan komt. Drenthe heeft in vorige jaren laten zien vaak achter te lopen op de woningmarkt. Hoewel de huizenprijzen dalen wordt er niet verwacht dat iedereen massaal gaat kopen. De gestegen rente houdt mensen toch wat tegen.

De huizen situatie in Nederland
Voor het eerst in negen jaar dalen de prijzen op jaarbasis op de huizenmarkt. De media vragen zich af of dit dan uiteindelijk het einde is. De gemiddelde verkoopprijs is op dit moment 6.4 procent lager dan een jaar geleden. Daarnaast worden er veel minder huizen verkocht.

Na de financiële crisis in 2008 daalde het aantal verkopen van koopwoningen enorm. Niemand durfde het meer aan om een huis te kopen. Dit hield aan tot 2013 en het was een absoluut dieptepunt op de huizenmarkt. Na 2013 is het aantal verkopen rustig weer gaan stijgen met het hoogtepunt tijdens de corona crisis.

Sinds 2021 zijn er steeds meer geluiden te horen over een aankomende recessie. Een recessie die net zo erg wordt als in 2007-2008 zou kunnen leiden tot het zakken van de huisprijzen.

Crisis in de nieuwbouw

De daling in huisprijzen komt voor sommigen op het juiste moment. Starters kopen liever geen huis tijdens een absolute piek op de markt, maar huiseigenaren zien de waarde van hun huis liever niet dalen. Een herstel van het evenwicht misschien. De overheid moet hier volgens de experts iets aan doen. De nieuwbouw wordt hard geraakt door de prijsdaling.

Heftige schommelingen op de huizenmarkt verdelen als het ware het vermogen opnieuw. Mensen die een huis op het hoogtepunt hebben gekocht voelen dit het meest. Zeker als ze hun oude huis nog niet hebben verkocht. Een ander deel van Nederland profiteert juist weer. Wanneer moet je de huizenmarkt in stappen? Dat is altijd een goede vraag. Wachten op een crisis is niet echt een slim plan, maar instappen op een hoogtepunt ook niet. Het vinden van een middenweg lijkt het beste.

Woningschaarste Nederland
Dit is iets waar ons kleine land al heel lang mee bezig is. Er zijn te veel mensen en niet genoeg woningen. Of beter gezegd: niet genoeg betaalbare woningen. De huursector verhoogd de prijzen naar astronomisch hoge bedragen waardoor ook huren vrij onmogelijk wordt.

De woningschaarste wordt niet alleen erger door de duurdere huizen, maar ook omdat de nieuwbouw gestopt wordt. Huizenkopers durven niet te tekenen voor een woning die nog niet staat en uiteindelijk mogelijk veel minder waard is. In 2014 wilde het kabinet per jaar 100.000 nieuwe woningen bouwen in Nederland, maar dit aantal ligt nu rond de 45.000.

Dit scenario lijkt zich te gaan herhalen. De vraag naar woningen wordt minder en dus stopt ook een groot deel van de nieuwbouw. Huizenbouwers voelen dit ook door de inflatie. De stijgende kosten zijn bijna niet bij te houden. Nederland merkt dat het woningtekort alleen maar erger wordt. De vluchtelingen en arbeidsmigranten kunnen geen kant meer op. Het kabinet wil blijven bouwen, maar hier zullen ze meer voor moeten doen.

De overheid zal onder andere een manier moeten vinden om het huidige woningaanbod beter te benutten. Verder wordt de bouw van huurwoningen gestimuleerd.